De koningin van de bomen

Tijdens een bijeenkomst van bomen moest een koningin worden gekozen. Tot de eerste gasten behoorden de acacia en de wilg met haar fijne zilveren mantel. De acacia stelde haar overdadige

bloemenkleed als eerste voor en neigde ondeugend naar de wilg.

Daarna maakten de populier en amandelboom in hun al bijna verschoten bloemenpracht hun opwachting. De boven alle uitstekende pijnboom vroeg naar de grootste kamer. Ze kon niet als de cipres in een smalle toren wonen; ze had toch ruimte en lucht nodig! De schuwe, oude en gemelijke kurkeik kwam samen met haar zuster, de machtige eik. Deze was zeker niet zo verlegen als haar zuster en begon meteen haar pracht en praal tentoon te spreiden. Je hoefde haar maar te zien om te weten wie de koningin van de bomen zou worden, geen ander had haar kracht en haar houding. Je hoefde eigenlijk alleen nog maar de appelboom en de perenboom te zien om de eik meteen uit te verkiezen. De appelboom bloosde.

De perenboom trok zich nergens iets van aan en liep meteen naar het buffet. Ook de kersenboom en notenboom waren geschokt door het optreden van de eik. De kersenboom zelfs zozeer dat er bij haar een pit in de keel bleef steken (de kersenboom ging overigens prachtig gekleed in een lichtroze chiffonjapon).

Helemaal aan het eind kwam de olijfboom binnen, bescheiden, iets gebogen van de ouderdom, maar ieder gaf ze vriendelijk haar knoestige hand. Alleen de eik deed net alsof ze de uitgestoken hand niet zag en zette haar ijdele gekeuvel met de bijna even grote pijnboom voort. Een koningin van de bomen moet groot zijn, volgroeid en tegelijkertijd stevig op de grond staan. "Zoals wij tweeën," fluisterde de eik tegen de pijnboom, maar net hard genoeg dat iedereen het kon horen.

"Waarom zijn wij hier dan uitgenodigd," fluisterde de acacia tegen de kleinere bomen naast haar, "als die hoge nu al weet dat zij de koningin van de bomen zal worden!" "Natuurlijk weet ik dat," lachte de eik, "of wil een van jullie dwergen soms koningin worden?" Een koningin moet altijd representatief zijn, en wie zou dat beter kunnen als de eik? Daarbij sloot ze de ogen en streek zich met een grote tak langzaam over het voorhoofd. Iemand moet die moeilijke en verantwoordelijke taak op zich nemen. Daarbij keek ze met geloken ogen om zich heen, tot ze haar gesprek met de pijnboom weer opnam, maar niet zonder aan de verschrikte ogen van de toehoorders hun reactie te bemerken.

De cipres, als altijd fier rechtop, nodigde de deelneemsters om aan de lange tafel plaats te nemen. Voor een geheime stemming moest iedere boom een blad met de naam van haar keuze invullen. De eik wierp als eerste het blad met haar keuze in de houten schaal, maar pas na eerst even ingehouden te hebben om te genieten van dit belangrijke moment. Bliksemschichten, of waren het fotografen, begeleidden het protserig vertoon. Bij de andere bomen ging het sneller. Aan het eind begon de cipres stijf aan het tellen van de stemmen. Alle bomen waren gespannen. Ze las de stemmen luid en duidelijk voor: Olijf..., olijf..., olijf...

Bij de derde olijf brak er bij de eik een tak af en stortte ze ter aarde, bijna op de verschrikte appelboom. Olijf..., olijf... Alle bomen hadden op de olijf als koningin van de bomen gestemd. Op slechts een kiesblad stond: eik.

De verkiezingsnacht duurde lang en was feestelijk. Er werden tal van toosten uitgebracht op de bescheiden olijf, de koningin van de bomen, die elk jaar opnieuw haar waardevolle vruchten voor de mensen draagt. De praalzieke eik werd uitgelachen en moest vanaf die dag haar vruchten niet meer voor de mensen maar voor de varkens produceren.

Schrijver onbekend